FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
25 NOVEMBER 2005. - Koninklijk besluit betreffende de reglementering van tatoeages en piercings ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 37ter ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004; Overwegende de gezondheidsrisico's die de operatie van piercing en tatoeage inhoudt; Overwegende dat de schoonheidsspecialisten een specifieke opleiding krijgen conform aan het koninklijk besluit van 14 januari 1993 tot bepaling van de voorwaarden tot uitoefening van de beroepswerkzaamheid van schoonheidsspecialist(e) in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen; Gelet op het advies van de Hoge gezondheidsraad, gegeven op 10 november 2004; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juni 2004; Gelet op de akkoordbevinding van onze Minister van Begroting gegeven op 8 juli 2005; Gelet op de akkoordbevinding van onze Minister die de Middenstand in zijn bevoegdheden heeft; Gelet op de bespreking in de Ministerraad op 8 juli 2005; Gelet op het advies nr. 38.774/1/V van de Raad van State, gegeven op 11 augustus 2005, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van onze Minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken en op het advies van onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Sectie 1. - Definities Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, moet worden verstaan onder: 1. « Piercing » : het doorboren van de opperhuid, slijmvlies, onderliggend weefsel of het kraakbeen, om er een siervoorwerp in te brengen. 2. « Tatoeage » : de handeling bestaande in, via intradermale injectie van kleurproducten, het creëren op de huid van een permanent en/of duurzaam merkteken of een permanente en/of duurzame tekening of het versterken van gelaatstrekken; 3. « Klant » : de personen op wie de tatoeage of piercing wordt verricht of zal worden verricht; 4. « Beroepsbeoefenaar » : elke persoon die voldoet aan de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep, zoals vastgesteld in dit besluit; 5. « Beroepsvereningen » : de verenigingen die beroepsbeoefenaars' van de verrichtingen van tatoeëring en/of piercing groeperen; 6. « De Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheden de Volksgezondheid behoort. Sectie 2. - Toepassingsgebied Art. 2. De handelingen bepaald in artikel 1, 1° en 2° zijn onderworpen aan toepassing van huidig besluit. Vallen niet onder de toepassing van dit besluit : 1° de andere beroepen bedoeld in het koninklijk besluit n° 78 betreffende de uitoefening van de geneeskunst; 2° de activiteiten van schoonheidsspecialisten, zoals geregeld door het koninklijk besluit van 14 januari 1993 tot bepaling van de voorwaarden tot uitoefening van de beroepswerkzaamheid van schoonheidsspecialist(e) in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen. Op de voordracht van de minister bevoegd voor de Middenstand en de minister bevoegd voor Volksgezondheid, kan de Koning onderhavig besluit geheel of gedeeltelijk toepasbaar maken op schoonheidsspecialisten. Sectie 3. - Voorwaarden voor uitoefening Art. 3. Tatoeages en piercings worden uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden bepaald in dit besluit
Art. 4. 1e Alleen de personen die van de Minister de erkenning hebben bekomen kunnen tatoeages en piercings verrichten. Om te worden erkend, moeten de betrokken personen aantonen dat ze de vorming bedoeld in artikel 12 hebben gevolgd. De Minister bepaalt de modaliteiten van erkenning. Bij overtreding van de bepalingen van dit besluit, kan de erkenning op elk moment worden geschorst of ingetrokken door de Minister, volgens de voorwaarden die hij bepaalt. 2 In afwijking van 1e, kan de piercing van de oorlel eveneens uitgevoerd worden door personen ingeschreven in het handelsregister - of door hun aangestelde(n). Onder personen ingeschreven in het handelsregister begrijpt men de personen ingeschreven onder het nomenclatuurnummer 5248402 « de kleinhandel in sieraden en edelsmeedwerk », zoals bepaald in de bijlage van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 augustus 1964 tot vaststelling van de lijst van de in het handelsregister te vermelden handelsbedrijvigheden. Wanneer ze een piercing van de oorlel uitvoeren, zijn deze personen onderworpen aan punt 8 van de bijlage I van onderhavig besluit. Art. 5. De werkruimte moet een vaste plaats zijn en speciaal voor de activiteiten van tatoeage en/of piercing bestemd zijn. Evenwel, onverminderd de naleving van de bepalingen van dit besluit, mogen de verrichtingen van piercing en/of tatoeage, gebeuren gedurende de georganiseerde en in de tijd beperkte samenkomsten, onder anderen op handelsbeurzen waar de piercings en/of tatoeages het hoofdonderwerp zijn. Voor deze gevallen, kan de Koning van dit besluit afwijkende voorwaarden vastleggen. Sectie 4. - Voorwaarden qua gezondheid en instemming van de klant Art. 6. Tatoeages en piercings mogen niet worden verricht op personen die duidelijk onder invloed zijn van alcohol, drugs, geneesmiddelen die hun beslissingsvermogen beïnvloeden of meer algemeen, die niet over hun beslissingsvermogen beschikken De beroepsbeoefenaar moet zich ervan vergewissen dat de klant moreel, meer bepaald wat de maturiteit betreft, en fysiek in staat is de verrichting te ondergaan, en zo nodig de daad niet uitvoeren. Alvorens de daad uit te voeren, moet hij de klant tijd geven om na te denken, en hem meer bepaald de mogelijkheid bieden later terug te komen. Art. 7. Vóór de verrichting moeten de klanten een geschrift ondertekenen, opgesteld in twee exemplaren, waarvan één aan de klant wordt gegeven, waarbij ze verklaren in te stemmen met de verrichting. Dit schriftelijk document vermeldt duidelijk leesbaar de risico's van tatoeage en/of piercing, de gevallen waar een voorafgaand bezoek aan de arts nodig is, de noodzakelijke verzorging die tijdens de wondgenezing moet worden toegepast, de bijzondere voorzorgen, de tegenaanwijzingen en de complicaties. Het geschrift vermeldt eveneens het type verrichting, de datum, het merk en het lotnummer van de gebruikte producten. De Minister mag een standaardformulier van het in het eerste lid bedoelde geschrift bepalen. Sectie 5. - Informatie voor de klant
Art. 8. De beroepsbeoefenaars zijn verplicht de klant te informeren, en dit mondeling en met een schriftelijk document dat uithangt in de wachtzaal en/of in de werkruimte, dat duidelijk leesbaar en goed zichtbaar is en opgesteld is als volgt: « Piercing en tatoeage die worden uitgevoerd in slechte omstandigheden houden een risico voor de gezondheid in. Men merkt volgende risico's op: - bacteriële infecties, met name huidinfecties of kraakbeeninfecties (bijvoorbeeld door de staphylococus aureus ), tetanus,.; - virale infecties, met name hepatitis en aids, .; - allergische reacties, met name op bestanddelen van de inkt, kleurstof en de ingebrachte voorwerpen. Alvorens over te gaan tot een piercing of tatoeage, worden volgende personen verzocht een arts te raadplegen - die lijden aan hemofilie,een storing in stolling of die geneesmiddelen nemen die kunnen interfereren met de bloedstolling of vorming van bloedklonters; - die lijden aan een verminderd immunitair systeem of herhaalde infectie; - die lijden aan een allergie; - die lijden aan een huidaandoening; - die lijden aan een hartkwaal; - zwangere vrouwen. Tatoeages en piercings zijn duurzaam en zelfs permanent en onomkeerbaar. U kunt vóór de verrichting steeds bedenktijd vragen. Tatoeages en piercings moeten worden verricht in strikte hygiënische omstandigheden. U kunt er zich van vergewissen dat de beroepsbeoefenaar wegwerphandschoenen gebruikt nadat hij zijn handen heeft gewassen en dat hij een nieuwe nog ingepakte naald gebruikt. De beroepsbeoefenaar moet een lijst met de na te leven aanbevelingen inzake hygiëne te uwer beschikking stellen. Voordat u bloed geeft, moet u verklaren dat u een piercing of tatoeage ondergaan heeft, zelfs wanneer het siervoorwerp is verwijderd. U kan gedurende een bepaalde periode als bloeddonor geweigerd worden. Tatoeages en piercings mogen niet worden verricht op personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, geneesmiddelen die hun beslissingsvermogen beïnvloeden of meer algemeen, die niet over hun beslissingsvermogen beschikken. In het geval van een infectie, allergie of andere symptomen die na de verrichting opkomen, wordt er aangeraden een arts te raadplegen. » Art. 9. De beroepsbeoefenaar mag enkel gebruik maken van verdovende middelen in de vorm van crèmes, gels of sprays die in de apotheek worden gekocht. Sectie 6. - Beroepsvereningen Art. 10. De Minister mag, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde voorwaarden en wijzen, de beroepsverenigingen erkennen die beroepsbeoefenaars van de piercings en/of tatoeages groeperen. Om erkend te worden moeten de beroepsverenigingen in elk geval representatief zijn en meer bepaald de aanmoediging van hun leden om de bepalingen van dit besluit, alsook, desgevallend, de meer dwingende bepalingen die zij vaststellen, als maatschappelijk doel hebben. De Minister kan de erkende beroepsverenigingen raadplegen voor het uitwerken van aan dit besluit aangebrachte wijzigingen of uitvoeringsmodaliteiten van dit besluit. Sectie 7. - Hygiëne - Lokalen - Materiaal - Meubilair
Art. 11. De hygiënevoorwaarden betreffende de operatie, lokalen, meubilair en materiaal moeten beantwoorden aan de regels vastgesteld in de bijlage I van onderhavig besluit. Deze bijlage maakt deel uit van huidig besluit. De Koning kan deze bijlage wijzigen of aanvullen. Sectie 8. - Opleiding Art. 12. 1 De beroepbeoefenaars moeten een opleiding volgen waarvoor een attest van slagen wordt afgeleverd. 2Die opleiding van minstens 20 uren omvat ten minste de volgende inhouden: 1° basisprincipes omtrent infectie en bloedingsrisisco's; 2° basisprincipes van toxicologie, van pigmenten; 3° besmettelijke ziekten, preventie van hun besmetting; 4° eerste hulp; 5° universele hygiëneprincipes, ontsmetten van de huid en handen en dragen van handschoenen; 6° basisconcepten van ontsmetting en steriliteit; 7° sterilisatie van warmteresistent herbruikbaar materiaal en ontsmetting van warmtegevoelig herbruikbaar materiaal; 8° onderhoud van de lokalen en meubiliar; 9° behandeling van linnen; 10° behandeling van afvalstoffen. 3 De Minister bepaalt de voorwaarden van de opleiding die de personen bedoeld in artikel 4, 2 moeten vervullen. Sectie 9. - Controle Art. 13. De naleving van de bepalingen van dit besluit wordt gegarandeerd door de gezondheidsinspecteurs van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of door hun afgevaardigden. Sectie 10. - Voorlopige en definitieve bepalingen Art. 14. Dit besluit treedt in werking per 1 januari 2006, met uitzondering van de artikelen 4, eerste paragraaf en 12 die in werking treden op de datum vastgesteld door de Koning. Voor de datum te bepalen door de Koning, bedoeld in het eerste lid : 1. de beroepsbeoefenaars actief op 1 januari 2006 zijn verplicht hun activiteit aan te geven ten laatste op 1 april 2006; 2. de personen die een activiteit van piercing en/of tatoeage wensen aan te vangen kunnen dit slechts indien ze dit aangegeven hebben vijftien werkdagen voor de voorziene datum voor aanvang van de activiteit; 3. elke wijziging van de overgedragen gegevens conform punten 1 en 2 moet aangegeven worden. De informatie bedoeld in punten 1, 2 en 3 wordt overgemaakt aan het Directoraat generaal Organisatie Gezondheidszorgberoepen van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Voor de punten 1 en 2, formulieren voorgesteld in bijlage II en in bijlage III worden gebruikt. Art. 15. De beroepsbeoefenaars actief op het moment van de inwerkingtreding van onderhavig besluit genieten een overgangsperiode die ten einde loopt op 1 januari 2007 wat betreft: 1. aanschaf van sterilisatiemateriaal behandeld door autoclaaf bedoeld in punt 3, derde gedachtestreep van de bijlage I; 2. het apparaat voor de piercing van de oorbel bedoeld in punt 8 van de bijlage I. Art. 16. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 25 november 2005. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE |